Weefseldonatie

Elke overleden donor is ook een potentiële weefseldonor. Weefsels die in aanmerking komen voor transplantatie zijn hoornvliezen, gehoorbeentjes, hartkleppen, huid, bot- en peesweefsel, kraakbeen en bloedvaten. Weefsels kunnen tot 24 uur na overlijden worden uitgenomen. Ze kunnen ook bewaard worden, hoornvlies is tot vier weken goed, andere weefsels zijn zelfs houdbaar tot twee jaar na donatie. 

Greffen-stukjes pees, kraakbeenvlies of kraakbeen -  van overleden donoren noemen we allogreffen. Allogreffen worden bekomen van donoren die overlijden ten gevolge van een ongeval, een plotse dood, hersendood.

De wegname van weefsels gebeurt onder de verantwoordelijkheid van een arts in een ziekenhuis. De waardigheid van de overleden donor wordt gerespecteerd. Het lichaam van de donor wordt zodanig gereconstrueerd dat de oorspronkelijke anatomische vorm zo veel mogelijk wordt hersteld. 

Weefseldonatie is een gift die jaarlijks duizenden patiënten helpt. Het is in bepaalde gevallen levensreddend, maar het brengt vooral een verbetering van de levenskwaliteit. De patiënt krijgt een nieuwe kans op een gezond en actief leven. Eén weefseldonor kan levensreddend zijn of de levenskwaliteit van 50 mensen of meer verbeteren, zoals bijvoorbeeld het herstel van pezen bij een sportletsel.