De vijftienjarige zoon van Sandra werd donor na een fietsongeval

“Op 6 april 2010 vertrok ik rond 13.30 uur naar mijn werk. Het was toen paasvakantie. Gabriele vroeg of hij mocht gaan fietsen met een paar vrienden. Voor hij vertrok, had hij nog ‘we zien ons nog’ tegen mij gezegd en niet ‘tot straks’ of een afscheidszoen gegeven zoals gewoonlijk. Tussen drie en vier uur werd hij aangereden door een auto. Ik was net op het werk toen ik het vreselijke nieuws kreeg. Gabriele werd meteen naar het ziekenhuis overgebracht, maar het heeft nog een hele tijd geduurd voor ik hem mocht zien. De artsen spraken over hersendood. Dat voelde aan alsof er geen hoop meer was, maar ik heb gevraagd of ze al het mogelijke zouden doen. Om 22 uur kreeg ik mijn zoon eindelijk te zien. Met kunstmatige beademing werd hij één nacht in observatie gehouden. Op dat moment wist ik niet wat hersendood betekende. Ze hadden verteld dat zijn hersenen door het ongeluk verbrijzeld waren. Ik besefte wel dat ze helemaal niet meer werkten, maar dan nog wil je het niet geloven.”

“Ik ben in het ziekenhuis gebleven en vaak naar Gabriele gaan kijken die nacht. Ik heb ook even geslapen en gedroomd. In mijn droom zag ik een weide en een grote regenboog. Gabriele zat bovenaan op de regenboog, helemaal in het wit. Ik riep dat hij naar beneden moest komen en ik wilde zelf naar boven gaan. Maar Gabriele hield me tegen. Het was nog te vroeg voor mij, zei hij. Plots gingen er precies deuren voor hem open en zag ik hem niet meer. Toen ik wakker werd, wist ik dat ik afscheid moest nemen.”

“De volgende ochtend werd Gabriele écht hersendood verklaard."

Nog voor de arts de woorden uitsprak, dacht ik aan donatie. Ik had geen twijfels, ik was zeker dat mijn zoon mensen wou helpen, maar niet wist hoe. Ik herinner me nog goed dat het mij heel mooi en beleefd gevraagd werd.

"Voor mijn schoonzus en mijn moeder was de orgaandonatie een beetje een schok, maar ze vonden het wel een mooi gebaar. Vlak voor de transplantatie is een deel van de familie nog afscheid gaan nemen. Dat kon ik toen niet meer.”

“Ik ben Italiaanse en ik heb een hechte familie. We kregen ook veel steun van vrienden, collega’s en van de school. Gabriele had zo veel vrienden, op de begrafenis was enorm veel volk. Op de doodsbrief en het bidprentje stond een regenboog, net zoals in mijn droom. De school had ook een fotoboek gemaakt met de voorbeden in de kleuren van de regenboog.”

En toch sta je op een of andere manier ook alleen met je verdriet. De dagen en weken nadien moest ik me rechthouden voor mijn andere zoon, Valentino. We hadden zo onze eigen manier om het verdriet te verwerken. We gingen vaak fietsen en met de hond van Gabriele wandelen. We speelden monopoly net zoals Gabriele dat altijd graag deed, hij kreeg zijn eigen pion.” 

“Anderhalf jaar lang ben ik thuisgebleven. Het leek wel alsof ik door te gaan werken mijn zoon verloren was. Nu nog vind ik dat je als moeder beter geen avonduren maakt. Zodat je kinderen ‘s avonds tenminste niet alleen zijn. Ondertussen doet het me goed om te gaan werken, maar ik ben ook graag thuis. Ik ben beginnen tekenen en ik werk aan een muurschildering van een engel. Vroeger was ik altijd bezig, ik werkte hard, alles moest thuis piekfijn in orde zijn. Nu neem ik mijn vrije tijd en lees ik tussendoor een boek. In het weekend is er tijd voor ontspanning, samen met mijn vriend.”

“Gabriele was zo’n brave jongen. Hij was altijd een goed voorbeeld, dat moeten we verderzetten. Ik herinner me nog haarfijn wat hij zei en deed de week vóór het ongeluk. Ik zat toen net in een scheiding, Gabriele had het er moeilijk mee en wou veel bij mij zijn. Ik praat vaak met hem alsof hij hier nog altijd woont. En ik praat graag óver hem. Het helpt om de mooie herinneringen te laten overheersen en de negatieve beter te plaatsen. Ik heb nog niets weggedaan van zijn spullen. In de woonkamer heb ik een kleine tafel ter ere van hem uitgestald, met engeltjes, foto’s en kleine herinneringen. Als ik snoep voor de andere kinderen koop, leg ik er ook iets voor hem bij.”

Ik ben mijn zoon kwijt, maar eigenlijk leeft hij verder. Gabriele heeft vier mensenlevens gered. Op mijn sterfbed wil ik ten minste één van die mensen zien, ik wil gewoon weten hoe het met hen gaat. Ik hoop dat ze zorg dragen voor zijn orgaantjes.

“Ik mis de band met mijn kind. Af en toe verdwaal ik en word ik woedend. Dan zoek ik oplossingen om de woede te verzachten, want kwaad worden is niet haalbaar met kinderen in huis. Ik ga naar een psycholoog en laat me begeleiden met ‘healing’. Een scheiding of een ruzie kun je verwerken. Maar het verlies van je eigen kind niet. Er is een gat in mijn hart dat nooit genezen of vervangen kan worden.”