Dunne darm

De dunne darm haalt alle voedzame bestanddelen uit het voedsel. Een transplantatie is noodzakelijk wanneer door darmaandoeningen (bijvoorbeeld de ziekte van Crohn) de dunne darm ernstig is verkort. In plaats van enkele meters is er dan minder dan een halve meter overgebleven.

Patiënten met deze aandoening krijgen kunstmatige voeding. Bij sommigen kan dit op den duur leiden tot levensbedreigende problemen, zoals bloedvergiftiging, leverfunctiestoornissen, groeistoornissen (bij kinderen) en uiteindelijk het ontbreken van een toegang voor voeding via de aders. Een nieuw stuk darm helpt de schade te beperken. Na een succesvolle dunne darmtransplantatie is de patiënt niet meer afhankelijk van kunstmatige voeding en kan hij weer normaal eten. 

Voor er beslist wordt tot een eventuele transplantatie, moeten de kandidaten een grondige evaluatie (met inbegrip van allerlei vooronderzoeken) ondergaan met de bedoeling de risicofactoren van de ingreep in te schatten. Na deze evaluatie wordt in multidisciplinair overleg besloten tot het al dan niet activeren op de wachtlijst.

De dunne darm blijft een moeilijk orgaan voor transplantatie omwille van het hoge risico op infectie en afstoting. De resultaten zijn over het algemeen minder goed dan de resultaten van andere orgaantransplantaties. Maar voor bepaalde patiënten die aan een volledig en onomkeerbaar verlies van hun dunne darm lijden en die de totale parenterale voeding niet goed verdragen, is dunnedarmtransplantatie een levensreddende procedure. We onderscheiden drie types van dunnedarmtransplantatie: solitaire dunnedarmtransplantatie, gecombineerde lever- en dunnedarmtransplantatie en multiviscerale transplantatie (maag-lever-pancreas-dunne darm).